Zoeken
  • Anna Snel VUCA Academy

De Uncertainty van Duurzaamheid

De kern van de proefcolleges over ‘Ontleren voor VUCA-vraagstukken’ van VUCA Academy & Radboud Management Academy (RMa) was dat we bepaalde aannames die lang prima gewerkt hebben nu eens kritisch moeten bekijken en wellicht moeten veranderen of lozen. Want als we onze duurzaamheidsplannen en –strategieën bouwen op een fundament van krakkemikkige aannames dan kunnen we daadwerkelijke resultaten en impact wel vergeten. Vandaag de U in VUCA: Uncertainty. (Deel 1 met de Intro en Deel 2 over Volatiliteit)


Uncertainty is een lastige term want wat bedoelen we er precies mee? Dit is voor onderzoekers al decennia een issue. Ik vind zelf dit artikel van Frances Milliken (1987) fijn als kapstok. Milliken definieert onzekerheid als:

“an individual's perceived inability to predict something accurately.” (p.136)

Je hebt het idee dat je te weinig informatie hebt om de toekomst te voorspellen of je kan niet goed inschatten welke informatie relevant is om ‘m te kunnen voorspellen. Dat maakt je onzeker. En het fijne van dit artikel is dat Milliken zich richt op ‘environmental uncertainty’, waarbij de bron van de onzekerheid in de omgeving wordt gelegd. Zij richt zich weliswaar op onzekerheid van bedrijven over hun omgeving maar haar idee kunnen we ook voor duurzaamheid gebruiken volgens mij.


Wat zij namelijk doet is dat ze een onderscheid maakt tussen drie soorten onzekerheid zodat we beter kunnen uitleggen waar we het nu precies over hebben:

  1. State uncertainty. Dit is onzekerheid over de toekomstige staat van de omgeving. Dus wat zal er gaan gebeuren? Waar gaan we heen? Hoe waarschijnlijk is het dat bepaalde dingen zullen plaatsvinden? Bijvoorbeeld hoeveel graden opwarming staat ons te wachten? Of hoe waarschijnlijk is het dat de bijen gaan uitsterven binnen 10 jaar? Dat soort vragen.

  2. Effect uncertainty gaat meer over de impact van die veranderingen. Gaat wat gebeurt gevolgen voor jou hebben? En wat is dan de aard van die impact? En de heftigheid en de timing ervan? Dus stel dat de opwarming 2 graden bedraagt, wat zijn dan de effecten, de gevolgen, de consequenties voor ons op de korte en lange termijn? En wat zou het effect zijn van 3 graden opwarming? Of stel dat de bijen uitsterven, wat houdt dat dan in voor de wereld? Hier zit je dus in de hoek van de causale relaties. Als X gebeurt, hoe ziet Y er dan uit?

  3. Response uncertainty is onzekerheid over hoe we kunnen reageren op die veranderingen en wat de beste optie is. Dus welke opties we hebben en de waarde van die opties. Wat kunnen we eraan doen, welke strategieën hebben we voorhanden, wat zouden de consequenties of uitkomsten van elke optie zijn en welke zouden we dan moeten kiezen? Dus in ons voorbeeld: wat kunnen we allemaal doen om die opwarming te beperken, wat zouden de resultaten van elke optie zijn en welke optie heeft dan onze voorkeur? Of wat kunnen we allemaal doen om de bijenpopulatie te beschermen en welke optie is dan het beste om dat voor elkaar te krijgen?


Je ziet al meteen een aantal linkjes tussen die 3 soorten. Want als je totaal geen idee hebt over wat er zou kunnen gaan gebeuren (state uncertainty) dan is het waarschijnlijk ook pittig om je een beeld te vormen van de impact (effect uncertainty) en wat je eraan zou moeten doen (response uncertainty).


Maar, zegt Milliken, als de state uncertainty heel laag is, je weet bijvoorbeeld zeker dat er een orkaan op je huis afkomt, dan nog kan de effect uncertainty hoog zijn want je weet niet precies of er schade gaat zijn en hoe groot die schade gaat zijn. En dan is het ook lastig inschatten wat verstandig is om te doen (response uncertainty) want als je geen idee hebt of er en wat de schade zal zijn, ga je dan echt een mega-investering doen om de boel helemaal te beschermen? Als je nou zeker weet dat er een orkaan jouw kant opkomt en dat die zeker jouw hele huis gaat omblazen, dan zal je response ook waarschijnlijk veranderen…

Maar voor onze duurzaamheidsplannen heeft dit onderscheid tussen 3 soorten uncertainty een interessant gevolg. Ik zal ze een voor een bespreken.


STATE UNCERTAINTY

Als de state uncertainty hoog is, dus je ziet je omgeving als erg onvoorspelbaar, dan ga je daar in je planning en strategie ook naar handelen. Je gaat sowieso moeite hebben om allerlei lineaire stappenplannen en blauwdrukken voor strategievorming te doorlopen. Je weet van alles niet dus hoe kun je dan netjes alle vakjes invullen? Hier zie je volgens Milliken dan ook vaak dat mensen aanmodderen, ‘muddling through’. De kans dat hier allerlei aannames gedaan worden zonder goede onderbouwing is groot. Er wordt, zeker met het enorme belang dat steeds vaker gehecht wordt aan aandacht voor duurzaamheid, van je verwacht dat je een plan hebt. Maar als dat gebaseerd is op foutieve aannames dan hebben we nog steeds een probleem…


Waarschijnlijk ga je in elk geval ook meer tijd en middelen besteden aan het scannen van je omgeving om die onzekerheid te verkleinen. Mensen bij wie de state uncertainty laag is, die dus in ieder geval het idee hebben, terecht of onterecht, dat ze wel weten wat er gaat gebeuren, zullen dat minder doen. Dus als zij net zo slecht zijn als wij in het voorspellen van de toekomst maar enkel meer last hebben van overmoed, dan zullen zij hun foutieve voorspellingen opnemen in hun plannen. Hun aanname dat zij wel weten wat er gaat gebeuren leidt dan net zo goed tot problemen.


Het eerste wat wij dus zouden moeten doen is in onze eigen plannen scherp zijn op eventuele aannames die samenhangen met een hoge state uncertainty (kunnen we niet toch ergens de benodigde informatie vinden om onze ideeën te checken?) en aannames die te maken hebben met een lage state uncertainty (en die niet meer dan schijnzekerheid bieden).


EFFECT UNCERTAINTY

Bij effect uncertainty gaat het erom dat je niet kunt voorspellen wat de impact van toekomstige gebeurtenissen en veranderingen gaat zijn, zelfs als je die gebeurtenissen en veranderingen zelf wel kan voorspellen. Dus in hoeverre zal die gebeurtenis een bedreiging of kans vormen voor ons? Hier doe je dus nog wat extra aannames. Niet alleen over het plaatsvinden van die gebeurtenis maar ook een soort van oorzaak-gevolg relatie tussen wat er gebeurt en wat de impact ervan zal zijn. Plus de vorm die die impact aanneemt. Wat hoe groot gaat de impact zijn? Gaat de impact overal spelen of alleen op een gedeelte van een omgeving/bevolking? Gaat de impact voor iedereen even groot zijn? Maar nog een enorm relevante lijkt me dat we bij oorzaak-gevolg-relaties nog vaak een soort lineaire aanname hebben: X leidt tot Y en A leidt tot B. Juist hier kunnen onze aannames ons nekken als de relatie helemaal niet zo rechtlijnig is als wij hem verondersteld hebben.



Om hier scherper op te worden kunnen we onze eigen plannen checken op het bestaan van aannames over X leidt tot Y en checken waar die op gebaseerd zijn. Maar een check op lineaire oorzaak-gevolg-relaties lijkt me sowieso een goed idee, want VUCA-vraagstukken hebben de nare neiging zich niet aan onze lineaire plannetjes te houden (daar kom ik morgen bij de C van Complexiteit ook nog wel over te spreken).


RESPONSE UNCERTAINTY

Hier gaat het om of je kan voorspellen wat je opties zijn om te reageren op de situatie in de toekomst, of je kan inschatten wat de uitkomsten of resultaten van elke optie zijn en of je een basis hebt om dan voor een optie te kiezen. Voor aandacht voor deze soort onzekerheid is het dus allereerst nodig dat je het idee hebt dat er iets moet gebeuren, dat er een beslissing genomen moet worden. Als er geen actie nodig is dan zal je ook nog niet veel last van response uncertainty hebben.


Dus laten we ervanuit gaan dat er actie nodig is. Er is blijkbaar urgentie genoeg om iets te willen of moeten doen. Het probleem is alleen dat als je response uncertainty hoog is, je dus niet goed weet wat je kan of moet doen. Dus wat zie je hier vaak gebeuren in de praktijk? We kijken naar anderen en imiteren of kopiëren wat zij doen. Daar zit dus ook weer een dikke aanname achter, namelijk dat die anderen er wel goed over zullen hebben nagedacht (zie DiMagggio & Powell, 1983). Of, als er veel op het spel staat, stellen we de daadwerkelijke actie uit tot we meer weten. Het probleem daarvan kan weer zijn dat iedereen op iedereen zit te wachten en er niets gebeurt.


Maar nog een aanname die je hier duidelijk kan zien is dat jij kan voorspellen wat voor opties je allemaal gaat hebben, hoe nuttig of waardevol die opties elk gaan zijn in relatie tot ons doel en op basis waarvan we de keuze voor een optie gaan willen maken. Als we naar het verleden kijken zien we zat voorbeelden van waar minstens een van deze aannames omviel. Sowieso: met de groeiende aandacht voor duurzaamheidsvraagstukken ontstaat er meer kennis over nieuwe handelingsopties, worden in allerhande experimenten en pilots resultaten van opties geëvalueerd en leren we steeds meer over de afweging tussen verschillende waarden. Maar we moeten oppassen dat we niet iets te arrogant net doen alsof we minder response uncertainty hebben dan we daadwerkelijk hebben. Vaak plakken we ergens cijfertjes op en dan lijkt het of het een heel objectief vaststaand iets is maar er gaat nog een hele wereld schuil achter onze cijfers (Vosselman, 2014). Dus met Milliken’s onzekerheden in het achterhoofd heb ik zoveel vragen bij bijvoorbeeld kaartjes met stikstofpercentages. En als ze eindigen op een 0 of een 5 betrap ik mezelf erop dat ik meestal denk: ja, nou, ongeveer, bij benadering, ok, maar 58% en 47%, dat klinkt me dan zo ontzettend precies in de oren.



Als we Milliken dan namelijk zouden volgen dat is dit plaatje als het goed is het resultaat van: we weten wat er staat te gebeuren (lage state uncertainty), we hebben een idee wat het effect op ons gaat zijn (lage effect uncertainty), we vinden dat we actie moeten ondernemen, we weten welke opties we hebben, we kennen de opbrengsten van elke optie en als we die tegen elkaar afwegen op basis van iets (lage response uncertainty) dan komen we uit op jij moet 47% verminderen. Ik snap dat er vast een hele wereld van onderzoek achter dit simpele kaartje zit hoor, maar ik ben wel nieuwsgierig hoeveel en wat voor aannames uit die drie soorten onzekerheid daarin zullen zitten.


Zeker omdat er steeds meer met allerhande indicatoren gewerkt wordt waar deze zekerheid vanaf straalt. In Sustainability Indicators: A Scientific Assessment, wordt deze zorg gedeeld. Aan de ene kant hebben we goede indicatoren nodig omdat er ontwikkelingen zijn die heel langzaam plaatsvinden en opeens een tipping point bereiken, ‘greenlash’ noemt McGlade dat:

“There is a growing body of evidence from many bioregions that the accumulation of small, seemingly insignificant changes can lead to greenlash: flips or dramatic shifts in the structure and dynamic behavior of ecosystems (Rand et al. 1994; McGlade 1999). … Changes in climate, levels of toxic chemicals, habitat fragmentation, and loss of biodiversity often appear to occur gradually, but ecosystem responses can be striking and sudden.” (2007, pp.xvii-xviii).

Maar tegelijkertijd hebben we last van een misplaatst gevoel van zekerheid en voorspelbaarheid.

“Unfortunately, in many of today’s environmental institutions there is still a belief that models coupled with management intervention can lead to predictable outcomes. But well-structured theories are conspicuous by their absence in environmental management, and many of the models used include only a limited number of possible future states.” (McGlade, 2007, p.xviii)

Hier zien we eigenlijk alledrie Milliken’s uncertainties terug in een alinea (future states, predictable outcomes, management interventions). Want we barsten van de indicatoren onderhand, voor alleen al de 17 SDG’s zijn er ruim 230 indicatoren. In maart 2015 waren er nog 100 meer (Hák, 2016) dus kwantitatief zijn er ontwikkelingen, maar er zijn wel mensen die zich zorgen maken over de kwalitatieve kant van de indicatoren. Meten ze wel wat ze moeten meten zodat je ze ook echt kan gebruiken om in de gaten te houden hoe dingen veranderen en om beleid te maken,

“in the hope of thus avoiding the often experienced situation when organisations measure what is measurable rather than what is important concerning the given subject or phenomenon” (Hák, 2016, p.569)

want anders ben je je onzekerheid niet aan het verminderen. Maar doen alsof dingen voorspelbaar en zeker zijn, heeft nog een ander naar neveneffect:

“The other downside of our false sense of security in interventions is that they very often go wrong. The introduction of rabbits and cane toads and the inadvertent transport of alien species around the world are constant reminders. Unfortunately, such experiences seem to have taught us nothing. It seems that the road to ecological disaster is littered with good intentions. In the past, environmental decision making was made on an ad hoc basis, solving each particular problem in isolation from others. Now, however, a more profound thinking is needed about production and consumption patterns and how we can support different societies without engendering significant unintended shifts in the biosphere” (McGlade, 2007, pp. xviii-xix).

Timothy Morton in zijn boek Dark Ecology verwijst hier ook naar. Onze command-and control-modus waarbij we net doen alsof, of misschien wel serieus denken dat, we de boel onder controle hebben, leidt tot onbedoelde gevolgen die soms desastreus zijn. Dus die acties om bijen te redden waar ik boven over sprak, nou, dit is wat Morton daarover te melden heeft...

"human “command and control” approaches to environmental management (...) result in damage to ecosystems. Some of them are unintended: consider the decimation of bees in the second decade of the twenty-first century brought on by the use of pesticides that drastically curtail pollination." (p.7)

Dus ook hier zou ik eigenlijk de adviezen van Volatiliteit kunnen herhalen: nieuwsgierigheid en bescheidenheid. Nieuwsgierigheid naar wat zich achter, onder, naast en verstopt binnenin onze plannen en kaartjes afspeelt, en niet zomaar accepteren wat er staat. Welke aannames zijn er te ontdekken en hoe weten we of komen we erachter of die kloppen? En wat gebeurt er met onze plannen als bepaalde aannames omvallen? Maar ook bescheidenheid: niet toegeven aan de verleiding om net te doen alsof onze onzekerheden kleiner zijn dan ze feitelijk zijn.


Zeker als het om grote issues als duurzaamheid gaat...


Morgen deel 4 met de C van Complex.

5 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven