Zoeken
  • Anna Snel VUCA Academy

Wat concrete ideeën om aannames te ontleren voor VUCA-vraagstukken

De kern van de proefcolleges over ‘Ontleren voor VUCA-vraagstukken’ van VUCA Academy & Radboud Management Academy (RMa) was dat we bepaalde aannames die lang prima gewerkt hebben nu eens kritisch moeten bekijken en wellicht moeten veranderen of lozen. Want als we onze duurzaamheidsplannen en –strategieën bouwen op een fundament van krakkemikkige aannames dan kunnen we daadwerkelijke resultaten en impact wel vergeten. Vandaag het laatste deel met drie concrete oefeningen om jezelf scherp te houden op je aannames. (de vorige delen lees je hier terug)


Het is natuurlijk eigenlijk gek dat dit serietje begon met proefcolleges ‘Ontleren voor VUCA-vraagstukken’ en ik nog weinig gezegd heb over dat ontleren zelf. In de colleges begon ik daarmee. Leren is namelijk zo’n fijne term die we allemaal de hele tijd gebruiken, we ‘doen’ dat leren ook gewoon, maar als je mensen vraagt naar wat leren nou is, dan krijg je allerhande verschillende antwoorden. En aangezien ontleren een soort van ontkenning van leren lijkt als je zo naar het woord kijkt, is het dus handig om eerst eens in ‘leren’ te duiken.


Er zijn veel theorieën die een onderscheid maken tussen verschillende soorten van leren. Ik gebruik vaak die van Marton & Säljö (1976). Zij maken namelijk een bruikbaar onderscheid tussen oppervlakkig en diep leren (surface and deep learning). Aan de hand daarvan zien we ook waarom het nadenken over ontleren zo relevant kan zijn voor VUCA-vraagstukken zoals Duurzaamheidsissues.



De meest oppervlakkige vorm van leren is het opdoen van feitenkennis, het herkennen van dingen. Als je voor het lezen van deze reeks nog nooit van VUCA had gehoord, dan heb je er nu wel van gehoord. Dus een volgende keer als je het ergens ziet staan dan herken je het. Er is een feitje bijgekomen. Je hoeft niet eens te kunnen oplepelen dat het Volatility, Uncertainty, Complexity, Ambiguity betekent, je hoeft het enkel te kunnen herkennen.


Een niveautje dieper, of minder oppervlakkig zo je wil, is het uit je hoofd leren en reproduceren. Hier zijn we ook allemaal meer dan bekend mee want een groot deel van onze schoolcarrière hebben we tafels gestampt, definities uit ons hoofd geleerd etc. Hier kun je dus wel netjes herhalen waar de letters van VUCA voor staan.


Volgend niveau is toepassen. Hier kun je iets doen met wat je geleerd hebt, iets in de praktijk brengen. Dus je ziet iemand iets doen en imiteert dat. Je ziet een sporter iets cools doen en gaat oefenen. Je bekijkt een tutorial op YouTube en probeert het zelf na te doen. Hier leer je door imitatie en gewoon uitproberen.


Nummer 4 is begrijpen. In sommige theorieën wordt begrijpen trouwens gezien als iets dat voorafgaat aan het kunnen toepassen maar volgens Marton en Säljö is toepassen oppervlakkiger dan begrijpen omdat je best iemand kunt nadoen of iets kunt proberen zonder dat je ook maar enig idee hebt (begrijpt) hoe het werkt, waarom het zo moet etc. Ik ben het daar wel mee eens want als je het enkel kunt toepassen zonder dat je begrijpt wat je doet, dan is het een soort trucje. Als je het echt begrijpt dan kun je het ook toepassen in andere contexten door het eventueel wat aan te passen. Als je alleen maar kan nadoen wat een ander doet (toepassen) dan zit je vast aan dat ene trucje.


Het een-na-laatste niveau is verandering van perspectief. Hier zie je dingen anders. Dus je ziet bijvoorbeeld dat jouw aannames niet klopten en dat je een blinde vlek had, je krijgt een breder perspectief op zaken, of je ziet verbanden en samenhang tussen wat je al wist en wat je nu leert.


En het diepste niveau is dan volgens Marton en Säljö dat je persoonlijkheid verandert. Dus je wordt door te leren zelfverzekerder, of minder arrogant over wat je allemaal weet, of je staat meer open voor andere meningen, je oordeelt minder snel, dat soort dingen.


Ok, tot zover leren. Terug naar ont-leren. Want toen ik me ooit ging verdiepen in het ontleren van aannames zag ik dat er ook over ontleren heel veel discussie is. Ik zal niet alles herhalen hier maar één ding was bijvoorbeeld dat ontleren vaak als iets enorm functioneels wordt gezien gerelateerd aan de oppervlakkige vormen van leren. Als je ontleren op die manier bekijkt dan zie je het als het vergeten van kennis (je herkent feiten niet meer en kan ze niet meer reproduceren) en gedrag (je doet iets niet meer). Dat is blijkbaar een superaantrekkelijk beeld want ik zie het overal terug. Het hangt samen met een soort van objectivistische blik op wat kennis is, alsof we het in breinen kunnen stoppen en ook weer uit breinen kunnen halen.


Ontleren als een soort voorjaarsschoonmaak van je hersenpan:


Of dingen die geleerd zijn weer uitgummen zoals de afbeelding bij een stuk over leren en ontleren in de Harvard Business Review suggereert:

In Science Fiction films en series is dit ook een populair thema. Neo in The Matrix moet vechtsporten leren? Prima. Nee joh, daar hoeft ‘ie geen jaren op te zwoegen, dat uploaden we even. Oh, je relatie is uit en je trekt het liefdesverdriet niet? Dan deleten we toch al je herinneringen aan je ex? (Eternal sunshine of the spotless mind).

Maar leren en ontleren in fictie, hoe science die fictie ook mag zijn, blijft fictief. In het echt is de vraag natuurlijk of je dingen wel echt bewust kan ontleren, en misschien nog wel belangrijker: is deze oppervlakkige, gummende, brainsweepende vorm van ontleren wel waar het om zou moeten gaan?


Om met die eerste vraag te beginnen: kan het wel? Laten we eens een superbasaal voorbeeld nemen: fietsen. ‘It’s like riding a bike’, betekent vaak dat je het als je het eenmaal hebt geleerd nooit meer echt ontleert, dus daar is de man in dit filmpje over de Backwards Brain Bike eens mee aan de slag gegaan.


Hij heeft een fiets gebouwd die als je naar links stuurt naar rechts gaat en andersom, om te zien hoe lang het duurt voor zijn brein deze omgekeerde fiets zou snappen. Na heel veel oefenen kan hij erop rijden en als hij vervolgens weer op een normale fiets stapt, merkt hij dat hij daar niet meer op kan fietsen. Maar na even oefenen komt het toch weer terug en kan hij weer normaal fietsen. De kennis van normaal fietsen was niet weg. Dus was het dan ontleerd? Of popt het gewoon weer op zodra de juiste omstandigheden zich voordoen? Dat hoor je ook vaak bij veranderingen: oude omstandigheden (organisatiecultuur, beloningssystemen, bepaalde rituelen etc) kunnen veranderingstrajecten danig dwarsbomen omdat ze het oude gedrag en oude gewoontes weer oproepen. Mensen vallen hop weer terug in hun oude routines en gedrag.


Is het dan niet zo dat je alleen bijleert? Zie je bijvoorbeeld wat er op dit plaatje staat?



Waarschijnlijk zien we allemaal een kraan.


Maar als je dit leest:

“Somebody said this faucet looks like the squirrel from Ice Age and now I can’t unsee it”

Nu zie je waarschijnlijk iets anders in het plaatje. Maar zie je dan nu de kraan niet meer? Tuurlijk wel, maar je ziet nu 2 verschillende dingen.


Voor wie trouwens die eekhoorn uit Ice Age niet kent, hier is hij.


Je kan het niet meer ontzien, je kan dit beeld niet meer ontleren zou je kunnen zeggen. Ik kan weinig doen om je een van de 2 beelden te laten vergeten. Dus als ik met zoiets kleins als 1 verwijzing naar een eekhoorn je beeld al permanent kan beïnvloeden, hoe denk je dan hoe het zit als we ons hele leven hebben geleerd dat de wereld Stabiel, Voorspelbaar, Simpel en Helder was? Want veel van wat wij altijd geleerd hebben past bij een wereld die niet Volatiel, Uncertain, Complex, Ambigu (VUCA) is maar het tegenovergestelde: een Stabiele Voorspelbare Simpele Heldere (SVSH) wereld. Dus als je je hele leven getraind bent in het denken volgens SVSH aannames dan mag het geen al te enorme verrassing zijn dat je dat niet zomaar afleert. Als we al niet eens in staat zijn om normaal fietsen en een plaatje van een kraan af te leren…


Maar er lag nog een vraag te wachten, namelijk is deze oppervlakkige, gummende, brainsweepende vorm van ontleren wel waar het om zou moeten gaan? Als nu opeens de hele wereld en al onze vraagstukken VUCA waren geworden, soit, dan misschien wel, maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. Er is echt nog van alles dat SVSH werkt dus helemaal vergeten zou ook niet slim zijn. Wat we zouden moeten doen is leren te zien en begrijpen waar de boel VUCA is in plaats van SVSH en onszelf dan dwingen om bewust naar onze aannames te kijken om scherp te blijven op of we wel dingen doen die passen bij VUCA in plaats van bij SVSH.


Dit is lastig maar het is te doen dus ik zal 3 manieren geven die ik zelf vaak gebruik (ook de juf zelf moet natuurlijk scherp blijven ;-)):


1. Bespreek het vanzelfsprekende

2. Burst your bubble

3. Teleidoscopisch kijken


1. Bespreek het vanzelfsprekende

Het woord vanzelfsprekend zegt het al: het spreekt vanzelf, het spreekt voor zich, dus we hoeven het er niet meer over te hebben. Fout! Dingen die in de loop der tijd vanzelfsprekend zijn geworden kunnen in veranderde omstandigheden best helemaal niet meer zo vanzelfsprekend zijn. Denk maar aan het (on)bewust (on)bekwaam–verhaal van deel 5 in deze reeks: als wij onbewust bekwaam zijn geworden in iets, iets zo goed geleerd hebben dat we het op de automaat doen, dan is het risico dat we daarin blijven hangen, ook als de situatie onderhand om iets anders vraagt. We kunnen dan terecht komen in het ‘onbewust onbekwaam’-gebied. Maar we vinden het vaak irritant om uit die routine, uit dat vanzelfsprekende getrokken te worden en weer bewust te moeten worden van wat we aan het doen zijn en waarom.



Iemand die heel goed was in het mensen bevragen op wat voor hen vanzelfsprekend en onbewust was, was Socrates. En hoe irritant mensen hem vonden blijkt wel uit het feit dat hij de horzel genoemd werd en aan zijn einde kwam door een gifbeker. Er is enorm veel te vinden over hoe je Socratische gesprekken voert en leidt en er zijn verschillende benaderingen. Ik heb zelf een opleiding gedaan bij de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) en een waardevol punt in het kader van vanzelfsprekendheden bij VUCA-vraagstukken vond ik dat er steeds gefocust werd op de link met feiten.


Er wordt vaak enorm veel gepraat maar het is makkelijk om in het abstracte te blijven hangen. Duurzaamheid, diversiteit, inclusiviteit, transparantie, you name it. Allemaal prachtige woorden maar met alleen prachtige woorden gaan we de SDGs niet verwerkelijken voor 2030. Dus wat gebeurt er nou concreet? Door in een Socratisch gesprek beweringen te verbinden aan een daadwerkelijke feitelijke gebeurtenis, kun je wegkomen van mooi gebabbel in de ruimte en dwing je jezelf om het over de realiteit te hebben. Tof dat je een mission statement hebt over dat jouw organisatie duurzaamheid enorm hoog in het vaandel heeft staan, maar is het niet zinnig om eens te kijken naar vragen over wanneer iets duurzaam is, of we überhaupt duurzaam kunnen zijn als bedrijf, wanneer we duurzaam moeten zijn, of waarom? Of juist wanneer je niet duurzaam hoeft te zijn. Daar kun je een abstract gesprek over aangaan maar je kan het ook verbinden aan een concrete situatie of gebeurtenis, hoe klein ook (afgelopen dinsdag was ik daar en daar met die en die en toen gebeurde er zus en zo). Dan kun je het echt concreet ergens over hebben en tegelijkertijd zul je met de juiste vragen ook komen bij dingen waarvan mensen zeggen: ja, nou, dat is gewoon zo. Dat zijn exact de vanzelfsprekendheden waar we het niet over willen hebben, maar waarover we het nu dus juist wel eens fijn gaan hebben. We bevragen het doorgaans onbevraagde aan de hand van superconcrete voorbeelden. Want onder wat er in de praktijk allemaal gebeurt en wat we concreet allemaal doen, wemelt het van de aannames die totaal vanzelfsprekend zijn geworden dus door daar in te prikken krijgen we hopelijk wat relevante zaken boven tafel.


Iets recenter dan Socrates is de ‘ladder of inference’ van Chris Argyris die ook uitlegt hoe we weg kunnen komen van allerlei vanzelfsprekende abstracties, holle marketingfrasen en clichés en terug kunnen naar waar die eigenlijk op gebaseerd zijn. Ook weer aan de hand van observeerbare feiten in de concrete realiteit dus. Hier wordt die ladder mooi uitgelegd aan de hand van een simpel voorbeeld. Door deze technieken te trainen kun je jezelf en anderen veel beter scherp houden op wat er stiekem of onbewust ongezegd wordt gelaten en hoe je dat bespreekbaar maakt. Want bij VUCA vraagstukken gewoon doorgaan met wat we altijd al deden werkt averechts dus dit soort oefeningen kunnen ons bewust maken van wat er onder onze intenties en plannen ligt. En of dat dus wel ergens op slaat.


2. Burst your bubble


Bubbels worden vaak aangehaald om het te hebben over hoe wij op social media steeds onze eigen mening terug gevoerd krijgen via algoritmen waardoor we niet meer in aanraking komen met heel andere ideeën, meningen en inzichten. Maar bubbels kun je natuurlijk veel breder zien want alhoewel we niet meer verzuild zijn als samenleving heb je nog steeds je clubjes, met vrienden van dezelfde studie, teamgenoten van de sportclub, mensen uit je geboortestad, kennissen van een hobbyclub, allemaal bubbeltjes waar je iets mee deelt.


Nu is het lastige dat je je vaak niet bewust bent van wat zich in jouw bubbel afspeelt. En als je dan even geen Socratische gesprekspartner voorhanden hebt, dan kun je misschien zelf op zoek gaan. Een oefening die ik zelf vaak gebruik is gebaseerd op wat John Dewey in zijn boek How we think zegt over reflecteren:

Active, persistent, and careful consideration of any belief or supposed form of knowledge in the light of the grounds that support it, and the further conclusions to which it tends constitutes reflective thought (Dewey, 1910, p.6)

Het begint met jezelf de vraag stellen wat je recent verrast of verstoord heeft. Die verrassing of verstoring is zeg maar de speld die jouw bubbel kan doorprikken. Want denk maar eens na: het feit dat iets jou verrast of verstoort geeft aan dat het blijkbaar botst met wat jij dacht of verwachtte. Of ik word verrast door regen hangt af van of ik zon of regen verwachtte. Dat dwingt je dus om eens stil te staan bij wat jij dan dacht of verwachtte of aannam, zeg maar die “careful consideration of any belief or supposed form of knowledge” waar Dewey het over heeft, en vervolgens hoe jij eigenlijk bij die aannames en verwachtingen etc bent gekomen, of in Dewey’s termen: the grounds that support it. Heb je die van huis uit meegekregen? Was dat het enige dat je ooit in je studie te horen hebt gekregen? Is dat wat jij steeds in het nieuws dat jij ziet meekrijgt? Stond het op Facebook? Want dat leert je dan wellicht iets over of de onderbouwing van je bubbel wel ok is. Hierop reflecteren op regelmatige basis leert je enorm veel over je eigen blinde vlekken en achterhaalde of slecht onderbouwde aannames en ideeën.


3. Teleidoscopisch kijken

Een teleidoscoop is eigenlijk een specifiek soort caleidoscoop. We kennen allemaal nog wel de caleidoscoop van vroeger. Door door de koker heen te kijken en eraan te draaien verschenen allerlei mooie symmetrische vormen. De spiegeltjes binnenin de koker reflecteerden de kralen of andere kleine kleurige dingetjes in de koker waardoor allerlei patronen verschenen. Als je eraan draaide ontstond continu een ander beeld, op basis van waar de kraaltjes zich in de koker bevonden en hoe ze gereflecteerd werden. Het woord caleidoscoop komt uit het Grieks, en betekent mooie (kalos) vormen (eidos) bekijken/ onderzoeken (skopein). Met een caleidoscoop kun je dus mooie vormen bekijken en onderzoeken. Maar het zijn wel steeds vormen die gemaakt zijn met dezelfde kraaltjes in dezelfde buis.

De teleidoscoop is een speciaal soort caleidoscoop, waarbij niet de kraaltjes in de koker gereflecteerd worden maar juist alle objecten buiten de koker. Je kijkt er dus mee naar buiten en ziet je omgeving op een andere manier. Door allerlei diverse inzichten en beelden van buiten te halen, kun je daarmee vervolgens steeds anders naar de wereld om je heen kijken, en dus ook naar je vraagstukken. En dat vind ik en mooie metafoor voor continu op zoek gaan naar nieuwe input van buitenaf. We zijn vaak bezig met verder leren en ons verder verdiepen in ons vakgebied en dat is top als je meer wilt begrijpen van vraagstukken die relatief stabiel (SVSH) zijn. Maar als vraagstukken meer VUCA zijn dan is het niet gezegd dat de meest relevante en waardevolle ideeën in jouw koker, in jouw specialisme of vakgebied zitten. Het kan juist enorm slim zijn om te gaan buurten bij totaal andere gebieden, zoals andere disciplines in de wetenschap, gebieden in de praktijk waar je weinig van weet, filosofie, andere culturen, kunst, natuur, you name it. Biomimicry is bijvoorbeeld een benadering waarbij je de natuur als een R&D-lab van 3,8 miljard jaar oud ziet, waar we veel van kunnen leren door de onderliggende principes te bestuderen en te kijken waar die passen bij onze vraagstukken. Visual Thinking Strategies is een methode waarbij je door in gesprek te gaan over de verschillende manieren waarop mensen naar een kunstwerk kijken, je enorm veel kunt leren van de blik van anderen. Of zoals Alexandra Horowitz beschrijft in ‘On Looking’: door te wandelen met verschillende mensen en te kijken hoe zij kijken kun je enorm veel nieuwe inzichten opdoen. En je weet zelf vast ook nog veel manieren om tot andere ideeën en inzichten te komen.


Want door het onbesproken vanzelfsprekende naar boven te halen, door je eigen bubbel steeds te onderzoeken en door als het ware door je teleidoscoop op zoek te gaan naar waar je kunt leren van wie het meest verschilt van je, kun je scherp blijven op je aannames. Soms kan je zo een antwoord vinden voor je vraagstuk maar misschien is het nog wel veel relevanter je zo op nieuwe vragen kunt komen.


Zeker als het om grote issues als duurzaamheid gaat...

En dat was hem dan, een kleine serie over Duurzaamheid als een VUCA-vraagstuk en waar en hoezo onze aannames ons vaak dwars zitten. Zie deze kleine serie ook vooral niet als een eindpunt van 'zo zit het' maar juist als een verzameling ideeën waarachter, -onder, -binnen en –naast nog veel meer bestaat. Ik heb wat linkjes naar literatuur en andere werken in de tekst gezet zodat je verder kunt grasduinen maar als je meer wil weten neem dan vooral contact op.


Of check het programma Duurzaamheid en Strategie dat ik vanuit VUCA Academy organiseer samen met de Radboud Management Academy. Hier ga je leren aan de hand van theorie van een divers docentencorps en je eigen praktijkplannen hoe je je aannames op het gebied van duurzaamheid en strategie kunt checken op hun VUCA-proofness zijn, en welke kennis we kunnen gebruiken om ze aan te scherpen zodat we meer kans hebben op daadwerkelijke impact in de praktijk. We starten met een mooie diverse groep op 22 september dus als je nog wil aansluiten moet je snel zijn, de inschrijvingen sluiten op 22 augustus. Zie je daar en dan hopelijk!



7 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven